Nul op de meter woning: wat het is, wat het kost en wat er verandert in 2027
Vijfduizend kilowattuur opwekken en vijfduizend kilowattuur verbruiken. Dat is in één zin een nul op de meter woning: over een heel jaar staat de teller weer op nul.
Alleen gebeurt dat niet elke dag. In juni lever je volop stroom aan het net, in december haal je die weer terug. Tot eind 2026 strepen die twee helften elkaar netjes weg. Vanaf 1 januari 2027 niet meer.
In dit artikel leg ik uit wat nul op de meter precies betekent, waaruit zo'n woning bestaat en wat het kost. Ik gebruik daarbij ook wat bewoners zelf melden op fora als Tweakers. En ik reken voor je uit wat er in 2027 verandert.
Wat is een nul op de meter woning?
Een nul op de meter woning, kortweg NOM-woning, wekt in een jaar evenveel energie op als ze verbruikt. Dat geldt voor alles: verwarmen, warm water, ventilatie, maar ook je wasmachine, je koelkast en je tv.
De woning is dus niet los van het net. In de zomer stroomt er stroom naar buiten, in de winter weer naar binnen. Pas na twaalf maanden maak je de balans op.
Nul op de meter gaat over kWh, niet over euro's
Dit is het misverstand dat op fora het vaakst terugkomt. Nul op de meter zegt iets over kilowatturen (kWh), de eenheid die je ook op je energierekening ziet. Het gaat dus over hoeveel stroom er in en uit gaat. Het zegt niets over wat je betaalt.
Ook in een perfecte NOM-woning krijg je een energierekening. Je betaalt vastrecht en netbeheerkosten, en steeds vaker ook terugleverkosten. Dat zijn kosten die je energieleverancier rekent voor de stroom die je aan het net levert.
Zie het als een spaarpot met stroom. Zolang de salderingsregeling bestaat, krijg je eruit wat je erin stopt. Vanaf 2027 krijg je voor elke kWh die je erin stopt minder terug dan je betaalt voor een kWh die je eruit haalt.
Nul op de meter, energieneutraal en BENG: het verschil
Drie termen worden vaak door elkaar gebruikt. Ze betekenen niet hetzelfde. Dit is het verschil:
| Term | Wat telt mee | Wat het in de praktijk betekent |
|---|---|---|
| BENG (Bijna Energieneutraal Gebouw) | Alleen het gebouwgebonden verbruik: verwarmen, koelen, warm water, ventilatie | Wettelijke eis voor nieuwbouw sinds 1 januari 2021 |
| Energieneutraal | Het gebouwgebonden verbruik | Je wekt genoeg op voor het huis zelf, maar niet voor je apparaten |
| Nul op de meter | Gebouwgebonden verbruik plus je huishoudelijke apparaten | Je wekt over een jaar alles op wat je verbruikt |
| Zelfvoorzienend (off-grid) | Alles, en op elk moment | Geen aansluiting op het net nodig; voor een gewone woning in Nederland zelden haalbaar |
Je ziet het: nul op de meter gaat een stap verder dan energieneutraal. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) legt het zo uit: BENG rekent alleen met het verbruik van het gebouw zelf. Bij nul op de meter telt ook de stroom voor je computer en je koelkast mee.
Bestaat er een officiële definitie van nul op de meter?
Niet meer. De enige wettelijke definitie stond in de Tijdelijke regeling hypothecair krediet, de regels voor hoeveel je mag lenen. Volgens de versie die tot en met 2023 gold, moest een NOM-woning het gebouwgebonden verbruik op jaarbasis volledig opwekken. Daarbovenop moest ze extra stroom opwekken voor het huishouden:
- 3.150 kWh voor een vrijstaande of halfvrijstaande woning;
- 2.700 kWh voor een rijwoning;
- 1.780 kWh voor een appartement.
Sinds 1 januari 2024 staat die definitie niet meer in de regeling. Ook de energieprestatievergoeding voor huurwoningen eist sinds 1 oktober 2023 geen nul op de meter meer. Wie vandaag een woning "nul op de meter" noemt, gebruikt dus een marktbegrip. Vraag daarom altijd naar de berekening die erbij hoort.
Waaruit bestaat een NOM-woning?
Een NOM-woning is geen los apparaat, maar een combinatie van maatregelen. De volgorde is daarbij belangrijk: eerst zo min mogelijk energie nodig hebben, dan de rest zelf opwekken.
- Isolatie en luchtdichtheid. Dikke isolatie in dak, gevel en vloer, plus drievoudig glas. De warmte blijft binnen, dus je hoeft minder op te wekken.
- Een warmtepomp, geen gas. Gas kun je niet zelf opwekken, stroom wel. Sinds 1 juli 2018 krijgen nieuwe woningen in principe ook geen gasaansluiting meer.
- Ventilatie met warmteterugwinning (WTW). Een WTW-installatie ververst de lucht en haalt de warmte uit de lucht die naar buiten gaat. Zo verlies je bijna niets bij het ventileren.
- Zonnepanelen. Die wekken de stroom op voor alles hierboven en voor je huishouden.
Hoeveel zonnepanelen heeft een nul op de meter woning nodig?
Dat hangt af van je jaarverbruik. Een vuistregel voor Nederland: een paneel van 400 Wp levert per jaar ongeveer 340 kWh op. Wp staat voor wattpiek, het vermogen van een paneel bij ideaal zonlicht. Omdat het hier zelden ideaal is, reken je met 85 procent daarvan.
Voor deze berekening ga ik uit van:
- een jaarverbruik van 5.000 kWh, inclusief warmtepomp;
- panelen van 400 Wp;
- een correctie van 0,85 voor het Nederlandse weer.
Dan kom je uit op 5.000 / (400 × 0,85) = ongeveer 15 panelen. Heb je een elektrische auto of een groot gezin, dan heb je er al snel meer nodig. Reken dus altijd met je eigen verbruik.
Zomer en winter: waarom ook een NOM-woning stroom van het net haalt
Zonnepanelen leveren het grootste deel van hun jaaropbrengst tussen april en september. Je warmtepomp verbruikt juist in de winter het meest. Die twee lopen precies tegen elkaar in.
Bewoners zien dat elk jaar terug in hun cijfers. In de zomer leveren ze maandenlang meer terug dan ze verbruiken. In december halen dezelfde panelen op een grijze dag maar een paar kWh, terwijl het huis meer stroom vraagt dan ooit.
Een NOM-woning is dus een jaarrekening, geen dagrekening. In de winter haal je stroom van het net, en dat is normaal. Dat los je ook niet op met een thuisbatterij: die bewaart stroom een paar uur, geen half jaar.
Nul op de meter woning bouwen of verbouwen
Je kunt op twee manieren in een NOM-woning terechtkomen: je laat er een bouwen, of je pakt je huidige woning aan. Bij beide gelden andere regels.
Nieuwbouw: nul op de meter is geen verplichting
Elke nieuwe woning moet sinds 1 januari 2021 voldoen aan de BENG-eisen. Een nieuwbouwhuis is dus bijna energieneutraal, maar niet automatisch nul op de meter. Wil je dat wel, dan kies je er zelf voor, vaak als meerwerkoptie bij de bouwer.
Volgens de RVO moet het primair fossiel energiegebruik in de BENG-berekening dan onder nul uitkomen. In gewone taal: de woning moet duidelijk meer opwekken dan het gebouw zelf nodig heeft. Pas dan blijft er genoeg over voor je huishouden.
Een bestaande woning nul op de meter maken
Dat kan, maar het lukt niet bij elk huis. De aanpak is altijd dezelfde: eerst isoleren, dan van het gas af, dan opwekken. Op Tweakers schrijven eigenaren dat het bij bestaande bouw lang niet altijd haalbaar is, bijvoorbeeld door schaduw of een dakkapel die ruimte inneemt.
Juist dat dak is vaak het probleem. Na isolatie en een warmtepomp blijkt het verbruik hoger dan het dak kan opwekken. Dan zoek je plek op de schuur, de garage, een carport of in de tuin.
Voor die extra panelen heb je normaal een eigen omvormer nodig. Met de SolarFlow 2400 Pro sluit je ze rechtstreeks aan op een thuisbatterij. Hij heeft vier MPPT-ingangen.
Een MPPT is een regelaar die per groep panelen het maximale vermogen eruit haalt. Zo kun je panelen op het oosten, het westen en de schuur combineren zonder dat ze elkaar remmen.
Je sluit tot acht panelen aan, met samen maximaal 3000 W. Met de vuistregel van hierboven is dat bij een gunstige ligging tot zo'n 2.500 kWh per jaar. Dat maakt van je huis geen NOM-woning, maar het is een flinke stap richting. De panelen beginnen al bij 14 volt te leveren, dus ook vroeg in de ochtend en bij bewolking.
En de panelen die al op je dak liggen? Die laat je gewoon zoals ze zijn. De 2400 Pro gaat in een stopcontact en werkt ook met AC-koppeling. Dat betekent dat hij de stroom van je bestaande dakpanelen opvangt via het stopcontact, nadat je omvormer die al heeft omgezet.
Ziet de batterij via je slimme meter dat je dak stroom teruglevert, dan laadt hij met dat overschot. Zo komen je oude dakpanelen en je nieuwe panelen op de schuur of in de tuin samen in één batterij.
Wel delen ze dezelfde batterij: die laadt in totaal met maximaal 2400 W. Leveren je nieuwe panelen al volop, dan blijft er minder ruimte over voor het overschot van je dak.
Wat je overdag niet direct verbruikt, gaat dus in de batterij. Die heeft 2,4 kWh en groeit mee tot 16,8 kWh met extra AB3000L-modules. Via een gewoon stopcontact levert hij standaard 800 W. Met een vaste aansluiting door een installateur is dat 2400 W, als dat volgens de lokale regels mag.
Wat kost een nul op de meter woning?
Een vaste prijs bestaat niet, want elk huis begint ergens anders. Wel zie je terugkerende bedragen in offertes en in wat eigenaren zelf melden:
- Nieuwbouw: een NOM-uitvoering als meerwerk kost grofweg € 12.000 tot € 40.000 extra, afhankelijk van hoeveel de standaardwoning al heeft.
- Renovatie: een complete aanpak van een bestaande woning loopt al snel op tot € 30.000 à € 50.000.
Een eigenaar op Tweakers liet een rijtjeshuis renoveren met nieuw glas, 21 panelen en een warmtepomp voor ongeveer € 40.000. De extra hypotheeklasten vielen bij hem ongeveer gelijk met zijn oude energierekening. Zo'n rekensom maak je het best met je eigen cijfers en een adviseur.
Nul op de meter woningen in de praktijk: dit melden bewoners
Op papier klopt een NOM-woning altijd. In de praktijk lopen bewoners tegen dezelfde dingen aan. Ik zet de drie belangrijkste op een rij.
Hoger verbruik en een hoger voorschot dan voorgerekend
De berekening gaat uit van een gemiddeld huishouden. Draai je veel was, werk je thuis of laad je een auto, dan verbruik je meer dan de woning opwekt. Dan betaal je bij.
Daarnaast zetten energieleveranciers het maandvoorschot vaak hoger dan bewoners verwachten. Ze willen voorkomen dat je na een jaar flink moet bijbetalen. Dat voelt oneerlijk, maar het zegt nog niets over je jaarafrekening.
Goed om te weten
Op je jaarafrekening zie je alleen wat er langs je meter gaat: levering en teruglevering. De stroom die je panelen opwekken en die je meteen zelf verbruikt, staat er niet op. Wil je echt weten of je woning nul op de meter haalt? Tel dan de opbrengst uit de app van je omvormer bij je levering op, en vergelijk dat met je teruglevering.
Kou, warm water en de WTW-installatie
Bij verschillende renovatieprojecten klaagden huurders over koude woningen, te weinig warm water of een ventilatie die je blijft horen. Op het klusforum Klusidee beschrijft een huurder een NOM-woning uit 2019, met warmtepomp, WTW en vloerverwarming, die het hele jaar koud aanvoelt.
Vaak zit het probleem in de afstelling, niet in het concept. Een WTW-installatie moet goed ingeregeld zijn, en een warmtepomp werkt het best op een vaste, lage temperatuur. Laat de installatie bij klachten opnieuw controleren voordat je zelf gaat bijstoken met een elektrisch kacheltje.
Een NOM-huurwoning met energieprestatievergoeding (EPV)
Woon je in een NOM-huurwoning van een corporatie, dan betaal je vaak een energieprestatievergoeding, kortweg EPV. Dat is een maandelijks bedrag naast je huur. Daarmee betaal je de verhuurder voor zijn investering in een zeer zuinige woning die zelf energie opwekt. Volgens de RVO bestaat de EPV sinds 2016 en wordt ze bij meer dan 10.000 corporatiewoningen toegepast.
In ruil daarvoor belooft de verhuurder een prestatie, bijvoorbeeld een minimale opbrengst van de panelen. Elk jaar moet hij met meetgegevens laten zien dat die gehaald is. Lukt dat niet, dan moet hij je compenseren. Vraag dat jaaroverzicht dus altijd op.
Vanaf 2027: nul op de meter is niet meer nul op de rekening
Tot en met 31 december 2026 mag je de stroom die je terugleverde wegstrepen tegen de stroom die je verbruikte. Dat heet salderen. Over die weggestreepte kWh betaal je geen stroomprijs, geen netwerkkosten en geen energiebelasting.
Vanaf 1 januari 2027 stopt dat. Je krijgt dan een vergoeding voor de stroom die je teruglevert. Tot 2030 moet die minimaal 50 procent van het kale leveringstarief zijn, dus van de stroomprijs zonder belastingen. Meer over de regels lees je in ons artikel over wanneer de salderingsregeling stopt.
Wat betekent dat voor een NOM-woning? Ik heb het uitgerekend. Voor deze berekening ga ik uit van:
- 5.000 kWh opwek en 5.000 kWh verbruik per jaar;
- 30 procent van je zonnestroom verbruik je direct zelf, het gemiddelde volgens Milieu Centraal;
- energiebelasting van € 0,09161 per kWh, het tarief van 2026, plus 21 procent btw: ruim 11 cent per kWh.
Je gebruikt dan 1.500 kWh direct zelf. De andere 3.500 kWh lever je terug in de zomer, en in de winter koop je 3.500 kWh terug.
Over die terugkoop betaal je vanaf 2027 gewoon energiebelasting: 3.500 × € 0,11085 = ongeveer € 388 per jaar. Dat is alleen de belasting. Daar komt het verschil bij tussen de stroomprijs die je betaalt en de vergoeding die je krijgt.
Je woning blijft dus nul op de meter. Alleen je rekening niet meer. Elke kWh die je direct zelf verbruikt, telt vanaf nu zwaarder dan elke kWh die je teruglevert.
Wat een thuisbatterij doet in een nul op de meter woning
Daar komt de thuisbatterij in beeld. Volgens Milieu Centraal tilt een thuisbatterij je zelfverbruik van ongeveer 30 naar zo'n 60 procent. In het voorbeeld hierboven koop je dan nog maar 2.000 kWh terug in plaats van 3.500. Dat scheelt alleen al aan energiebelasting zo'n € 165 per jaar, minus wat er verloren gaat bij het laden en ontladen.
De nul-op-de-meter-stand van een thuisbatterij
Op fora over thuisbatterijen betekent "nul op de meter" iets anders dan bij woningen. Daar is het een stand van de batterij.
De batterij leest je slimme meter uit en laadt zodra je teruglevert. Neem je stroom af, dan ontlaadt hij. Zo houdt hij je meter op elk moment zo dicht mogelijk bij nul.
Het lijkt op de cruisecontrol in je auto. Die geeft gas en remt om op 100 te blijven. De batterij laadt en ontlaadt om op nul te blijven. De woning doet dat over een heel jaar, de batterij doet het per seconde.
Wat een thuisbatterij niet oplost: de winter
Een thuisbatterij verschuift stroom van de middag naar de avond en de nacht. Hij verschuift geen stroom van juli naar januari. Milieu Centraal zegt het ook: in de zomer is een batterij te klein voor al je overschot, en in de winter is er te weinig zon om hem vol te krijgen.
Verwacht dus geen wonder in december. De winst zit in het voorjaar, de zomer en het najaar. Dan draai je dagenlang 's avonds op je eigen zonnestroom.
Wat een batterij in de winter wél kan, is goedkope stroom van het net opslaan. Dat werkt met een dynamisch energiecontract. Daarbij verandert de stroomprijs door de dag heen, en is stroom 's nachts of bij veel wind vaak een stuk goedkoper dan rond etenstijd.
De batterij laadt dan in de goedkope uren en ontlaadt als de prijs hoog is. Let wel op twee dingen. De energiebelasting is per kWh altijd even hoog, dus je verdient alleen aan het verschil in kale stroomprijs. En bij het laden en ontladen gaat een deel verloren, dus dat prijsverschil moet groot genoeg zijn.
De SolarFlow 2400 Pro regelt dit automatisch met HEMS, het energiebeheersysteem van Zendure. Zie het als het brein dat opwek, opslag en verbruik op elkaar afstemt. HEMS haalt de actuele stroomprijzen van je energieleverancier op en plant daarmee wanneer de batterij laadt en ontlaadt. Heb je een geschikte warmtepomp, dan kan HEMS die ook in de goedkope uren laten voorverwarmen.
Waar je op let: reactiesnelheid, slimme meter en vermogen
Ook met een batterij zie je nooit precies nul. Op ons eigen Zendure-forum en op Tweakers melden gebruikers dat ze per dag nog een paar tienden tot bijna een hele kWh van het net halen. Dat heeft drie oorzaken.
- Reactietijd. Zet je een waterkoker of een Quooker aan, dan duurt het een paar seconden voordat de batterij bijspringt. Die eerste seconden komen van het net.
- Je slimme meter. Oudere meters (DSMR 4) geven via de P1-poort ongeveer elke 10 seconden een meetwaarde. Nieuwere meters (DSMR 5) doen dat elke seconde. Hoe vaker de batterij een meting krijgt, hoe strakker hij regelt.
- Vermogen. Kook je op inductie en draait tegelijk de vaatwasser, dan vraag je al snel meer dan de batterij kan leveren. Het verschil komt van het net.
Daarom heeft de SolarFlow 2400 Pro een RJ45-poort voor een vaste kabel naar een meetunit in de meterkast, zoals de Zendure 3CT-S. Geen wifi die wegvalt, dus een stabielere regeling. En omdat hij via AC-koppeling ook je bestaande dakpanelen opvangt, regelt één apparaat de nul-op-de-meter-stand voor al je panelen.

Expert tip
Twijfel je tussen een P1-dongel en meetklemmen? Een P1-dongel is makkelijk, maar hij is zo snel als je slimme meter. Meetklemmen (CT-klemmen) meten de stroom zelf, direct op de kabels in je meterkast. Heb je een oudere DSMR 4-meter, dan regelen meetklemmen merkbaar strakker. Let wel op: aan de kabels in de meterkast werk je alleen met de hoofdschakelaar uit, of je laat het een installateur doen.
Veelgestelde vragen over nul op de meter woningen
Is een A++++-label hetzelfde als nul op de meter?
Nee. A++++ is het hoogste energielabel en betekent dat het gebouw zelf per saldo geen fossiele energie gebruikt. Bij nul op de meter moet de woning daarnaast ook de stroom voor je huishouden opwekken. Een NOM-woning heeft dus meestal A++++, maar niet elke A++++-woning is nul op de meter.
Kun je meer lenen voor een nul op de meter woning?
Niet meer als aparte categorie. Tot en met 2023 mocht een geldverstrekker voor een NOM-woning met energieprestatiegarantie € 25.000 buiten beschouwing laten. Nu kijkt de regeling naar het energielabel.
Bij aankoop van een woning met A++++ mag dat € 30.000 zijn, en € 40.000 als er een energieprestatiegarantie van minstens tien jaar bij hoort. Dat zijn bedragen die een geldverstrekker mag hanteren, dus vraag het na bij je adviseur.
Kan een nul op de meter woning met stadsverwarming?
In de praktijk zelden. Bij stadsverwarming koop je je warmte in van buiten. Die warmte kun je niet wegstrepen tegen de stroom die je panelen opwekken. Op Tweakers meldt een koper dat zijn ontwikkelaar hem voorrekende dat nul op de meter met stadsverwarming niet mogelijk was.
Is een NOM-woning na 2027 nog de moeite waard?
Ja, maar om een andere reden dan vroeger. Een goed geïsoleerde woning met warmtepomp en zonnepanelen blijft zuinig en comfortabel, en je hangt minder af van de energieprijzen. Alleen levert het teruggeleverde deel minder op. Het loont vanaf 2027 dus meer om je stroom zelf te gebruiken: de was overdag, het voorraadvat van je warmtepomp opwarmen op zonnestroom, of een thuisbatterij.
Hoe groot moet een thuisbatterij zijn in een nul op de meter woning?
Kijk naar je verbruik tussen zonsondergang en zonsopkomst. Dat zie je in de app van je slimme meter of P1-dongel. Een batterij die dat in het voorjaar en de zomer kan dekken, is meestal groot genoeg. Groter heeft weinig zin, want in de winter krijg je hem toch niet vol.
Nul op de meter woning: zuinig wonen, maar reken vanaf 2027 in euro's
Een nul op de meter woning is en blijft een van de zuinigste manieren om te wonen. Goede isolatie, een warmtepomp en genoeg zonnepanelen maken je huis comfortabel en minder afhankelijk van de energieprijzen.
Maar vanaf 2027 telt niet alleen de jaarbalans in kWh. Het gaat erom hoeveel stroom je op het moment zelf gebruikt. Wie dat percentage omhoog krijgt, met slim timen, extra panelen of een thuisbatterij, haalt ook na de salderingsregeling het meeste uit een NOM-woning.
Zo, nu weet je wat nul op de meter betekent en waar je op let. Het enige wat je nog moet doen, is je eigen verbruik erbij pakken en gaan rekenen.

Laat een reactie achter